Wat is het?

Mensen met hemofilie hebben last van hun bloedstolling. De bloedstolling bestaat uit een aantal opeenvolgende gebeurtenissen die in gang gezet wordt, zodra zich ergens in het lichaam een bloeding voordoet of een vaatwand wordt beschadigd. De voor het stollingsproces noodzakelijke stollingsfactoren worden aangeduid met Romeinse cijfers. Bij mensen met hemofilie ontbreekt de stollingsfactor VIII (hemofilie A) of IX (Hemofilie B). Door dit tekort in de bloedstolling zijn bloedingen bij mensen met hemofilie niet zozeer heviger, maar ze duren wel langer dan normaal.

Stollingsfactor
Vooral inwendige bloedingen in spieren, gewrichten en zacht weefsel komen regelmatig voor. Daarnaast kunnen nabloedingen na een operatie of een ongeval ernstige problemen veroorzaken. Bij gezonde mensen houdt een wondje binnen een paar minuten op met bloeden, maar bij hemofiliepatiënten is dit niet zo. Hun bloed heeft minder stollingsvermogen zodat het langer duurt voordat het bloeden ophoudt. Dit komt omdat ze een tekort hebben aan een stollingsfactor in hun bloed. Bij tachtig procent van de patiënten met hemofilie is dit stollingsfactor VIII, bij twintig procent stollingsfactor IX.

Bloeduitstortingen
De gevolgen van hemofilie zijn voor de ene patiënt ernstiger dan voor de andere. In het ergste geval krijgt de patiënt al op jonge leeftijd abnormale bloedingen of bloeduitstortingen. Een klein letsel kan al een uitgebreide bloeding in het weefsel geven. Bloeduitstortingen kunnen ook in de gewrichten optreden. Verder kan spontaan of na een letsel een bloeding in een spier ontstaan. Worden deze bloedingen niet goed behandeld, dan kan het gevolg erg invaliderend zijn.

Hoe krijg je het?

Hemofilie komt bijna alleen voor bij mannen. Dit komt omdat de genetische code voor de stollingsfactoren VIII en IX zich bevinden op het menselijke X-chromosoom. Dit chromosoom bepaalt ook welk geslacht iemand heeft. Vrouwen hebben twee X-chromosomen. Maakt het ene X-chromosoom niet genoeg stollingsfactor aan, dan kan het andere X-chromosoom dit overnemen. De vrouw kan dan wel minder stollingsfactor aanmaken dan normaal, maar nog wel voldoende. De vrouw krijgt dan geen hemofilie. Wel kan zij sneller blauwe plekken krijgen of langer en sterker blijven bloeden tijdens de menstruatie of bij een operatie.

Mannen
Bij mannen werkt het anders. Die hebben maar één X-chromosoom. Maakt hun X-chromosoom geen stollingsfactor aan, dan hebben ze dus hemofilie. Hemofilie komt in alle bevolkingsgroepen voor bij ongeveer een op de 5.000 pasgeboren jongetjes.

Is het te genezen?

Hemofilie is een levenslange aandoening en genezing is niet mogelijk. Dankzij moderne geneesmiddelen kunnen patiënten met de ergste vorm van hemofilie een vrijwel normaal leven leiden.

Behandeling

De behandeling van hemofilie houdt in dat de patiënt via een infuus de ontbrekende stollingsfactor in het bloed krijgt. De arts bepaalt of en hoe vaak dit nodig is, afhankelijk van de ernst van de hemofilie. De arts kan de stollingsfactor toedienen om een bloeding te stoppen, maar hij kan het ook uit voorzorg doen om de kans op een bloeding te verkleinen.
Door twee of drie keer per week de ontbrekende stollingsfactor toe te dienen, kan de arts de stollingsfactor in het bloed van de patiënt op peil houden. Hij kan hiervoor kiezen als de hemofilie ernstig is of als de patiënt al een paar keer een gewrichtsbloeding heeft gehad.

Immuunsysteem
Sinds de jaren tachtig is het mogelijk stollingsfactor VIII in het laboratorium na te maken. De toediening kan in het ziekenhuis of in een hemofiliecentrum gebeuren, maar ouders kunnen het vaak ook thuis aan hun kind toedienen. Voor de patiënten voor wie stollingsfactor IX het probleem is, is inmiddels ook een geneesmiddel op de markt. Het lichaam van de patiënt kan antistoffen tegen de toegediende factor VIII of IX ontwikkelen. Hun immuunsysteem herkent het dan als een lichaamsvreemde stof en wil het afstoten. Dit kan worden behandeld.
Voor patiënten die last hebben van bloedingen in de mond of de tandkassen zijn speciale middelen ontwikkeld. Voor patiënten die slechts licht of matig last hebben van hemofilie op basis van stollingsfactor VIII is er een neusspray.

Levensverwachting

Door de huidige behandelingsmethoden is de levensverwachting van hemofiliepatiënten sterk gestegen. Toch leven ze nog steeds gemiddeld vijf jaar korter dan andere mensen.

Ontwikkeling

Onderzoekers zoeken naar nieuwe manieren om de stollingsfactor VIII en IX op een veilige en reproduceerbare manier na te maken. In de jaren zestig werd de stollingsfactor uit menselijk bloedplasma gemaakt. Maar menselijk bloedplasma kan besmet zijn met het hiv- of het hepatitis B- of C-virus. Sinds 1985 is menselijk bloedplasma veilig voor hiv en sinds 1990 voor hepatitis C. In 1984 is het DNA, dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van stollingsfactor VIII, helemaal in kaart gebracht. Stollingsfactor VIII wordt sinds 1989 via moderne recombinant DNA-technieken (rDNA) geproduceerd. Dat wil zeggen dat de stollingsfactor VIII niet uit menselijk plasma wordt bereid. Het factor VIII-molecuul is wel een natuurgetrouwe kopie. Dit wordt recombinant stollingsfactor genoemd. Deze recombinant stollingsfactoren kenmerken zich onder andere door hoge zuiverheid, effectiviteit en veiligheid en ze worden wereldwijd veel toegepast.

Infuusbehandeling
Tegenwoordig vindt de transfusie van factor VIII-concentraten onder medisch toezicht plaats in een ziekenhuis, in een hemofiliecentrum of zelfs thuis, door ouders die hun kind behandelen en door de patiënt zelf. Onderzoek richt zich op het vermijden van het ontstaan van antistoffen. Ook vindt onderzoek naar gentherapie plaats, zodat het helemaal niet meer nodig is stollingsfactor toe te dienen. Patiënten met hemofilie B missen stollingsfactor IX. Bij hemofilie gentherapie wordt een gezond stollingsfactor IX gen in de lichaamscellen van de patiënt ingebracht. Het gezonde gen zal het ontbrekende stollingsfactor IX eiwit gaan produceren. Het geneest de patiënt niet, maar deze heeft de vrij belastende infuusbehandeling minder vaak nodig. De patiënt produceert dankzij deze therapie zelf een kleine hoeveelheid stollingsfactor IX.

Interview met een patiënt

Een interview met Aad:

‘Mijn oudste broer had ook hemofilie, dus mijn ouders waren al gewaarschuwd bij mijn geboorte in 1942. Het is immers een erfelijke ziekte die via de moeder wordt overgedragen en die jongetjes treft. Toen ik een jaar oud was en begon te kruipen, ontwikkelde ik regelmatig bloedingen. De gevolgen van hemofilie waren inmiddels bekend in die tijd, maar een behandeling was er niet. De dokter zei tegen mijn moeder: ‘Hij groeit er vanzelf wel overheen’. Maar dat was natuurlijk niet zo, want de overlevingskansen van kinderen met hemofilie waren in die tijd nihil.

Bloedingen op de hbs
Toen ik ging lopen, kreeg ik regelmatig bloedingen. Gelukkig is opereren bij mij nooit nodig geweest, dus wat dat betreft heb ik geluk gehad. Verwachtingen voor de toekomst had ik niet, ik leefde bij de dag. School ging ook niet echt goed. Ik ging weliswaar naar de hbs, maar verzuimde daar door de bloedingen zo vaak dat ik terug moest naar de mulo. Die haalde ik wel. De schriftelijke studie technisch tekenen die ik daarna volgde, ging prima, maar als technisch tekenaar sta je de hele dag aan een tekentafel. Dat was dus eigenlijk niet zo’n beste beroepskeuze, maar we zaten in de wederopbouwjaren na de oorlog en ik vond daardoor gemakkelijk werk. Ik trouwde en wilde zo gewoon mogelijk leven.

Donorbloed
Ik was al 28 toen het eerste fatsoenlijke stollingspreparaat op de markt kwam. Daardoor verandert je wereld enorm. Je verzuimt nauwelijks meer en wordt als werknemer dus veel waardevoller. De behandeling vond intraveneus plaats in het ziekenhuis, steeds als ergens een bloeding ontstond. Die werd daar dan tijdelijk door gestopt. Dit was nog in een tijd waarin zuivering van donorbloed niet goed mogelijk was. Alles wat zich in het bloed van de donor bevond, kreeg je dus binnen.

Gevriesdroogde stollingspreparaten
Zo liep ik een chronische hepatitis C infectie op. Mijn broer is aan de gevolgen van hiv overleden. De komst van de gevriesdroogde stollingspreparaten maakte thuisbehandeling mogelijk. Dit preparaat hoefde niet meer bij -40°C te worden bewaard, maar kon gewoon in de koelkast. Dat maakt je veel onafhankelijker. Je kunt het zelfs gewoon in een koelbox meenemen en op vakantie gaan. Weer laten kwamen concentraten op de markt die beter gezuiverd waren en die je op kamertemperatuur kon bewaren.

Gezonde zoon
Inmiddels gebruik ik een zogenaamd recombinant product. Dat is gebaseerd op DNA-techniek. Het voorkomt bloedingen en heeft bijna geen bijwerkingen. Het werk als technisch tekenaar werd op een gegeven moment te zwaar voor me. Ik werd afgekeurd en ging een universitaire opleiding politicologie doen. Eerst vond ik daarin werk op de universiteit, later bij het ministerie van Sociale Zaken. Inmiddels ben ik gepensioneerd. Ik ben nog redelijk gezond, maar heb wel veel schade opgelopen die je van hemofilie kunt krijgen. Afgezien van die hepatitis C heb ik bijvoorbeeld acht jaar geleden knieprothesen gekregen en zijn mijn enkels vastgezet. Toch heb ik voor mijn gevoel nooit echt problemen met mijn hemofilie gehad. Je weet niet beter, je wordt ermee geboren. Gelukkig heb ik een gezonde zoon. Als ik een dochter had gehad, was zij draagster geweest en had zij de hemofilie weer kunnen overdragen als zij een zoon had gekregen.’

Bronnen

Nederlandse Vereniging van Hemofilie-Patiënten (NVHP)