Wat is het?

In Europa is borstkanker onder vrouwen de meest voorkomende vorm van kanker. Het hele menselijk lichaam is opgebouwd uit cellen die erfelijk materiaal bevatten, het DNA. De meeste cellen in het lichaam vermenigvuldigen zich, zodat ze de cellen vervangen die afsterven. Als tijdens die vermenigvuldiging iets mis gaat, ontstaat wildgroei. Deze wildgroei kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Bij goedaardige wildgroei ontstaat wel een zwelling, maar die groeit niet door weefsels heen en verspreidt zich niet door het lichaam. Kwaadaardige cellen doen dit wel. Ontstaat zo’n kwaadaardige celvermenigvuldiging in de borst dan is sprake van borstkanker.

Lymfeklieren
Het betreft borstkanker stadium I als een tumor kleiner is dan twee centimeter en als er geen uitzaaiingen zijn naar de lymfklieren in de oksel. In stadium II is de tumor tussen twee en vijf centimeter en kunnen er wel uitzaaiingen zijn naar de lymfeklieren. In stadium III is de tumor groter dan vijf centimeter en kunnen die uitzaaiingen er ook zijn. Er is ook sprake van stadium III als de tumor nog kleiner is dan vijf centimeter, maar als hij door de huid naar buiten komt of vastzit aan de borstwand. Ook dan is de kans groot dat er al uitzaaiingen zijn. Stadium IV houdt in dat er zeker uitzaaiingen zijn.

Hoe krijg je het?

Van elke honderd vrouwen krijgen er ongeveer elf borstkanker, het grootste deel van hen na de menopauze. Het is in Europa de meest voorkomende vorm van kanker onder vrouwen. In Nederland komen er ieder jaar 12.000 nieuwe patiënten bij. In vijf tot tien procent van de gevallen is sprake van een erfelijke oorzaak. Maar in principe kan ieder mens op enig moment in het leven een tumor krijgen. Dit kan in elk menselijk orgaan gebeuren. Een ongezonde leefstijl, en vooral roken, vergroot de kans dat iemand kanker krijgt.

Is het te genezen?

De behandeling van borstkanker is in de loop der jaren steeds beter geworden. Dit betekent dat steeds meer vrouwen de ziekte overleven. In een aantal gevallen is het hiervoor nodig de borst te amputeren. Vaak volstaat een borstbesparende operatie. Heel belangrijk is vroege ontdekking van de ziekte. Bevolkingsonderzoek speelt dan ook een grote rol om te voorkomen dat veel vrouwen aan borstkanker overlijden of ernstig verminkt worden.

Behandeling

Wordt de kanker op tijd ontdekt, dan heeft de behandeling tot doel de patiënt te genezen. Is de kanker al te ver gevorderd, dan heeft de behandeling vooral als doel te zorgen dat de vrouw zo weinig mogelijk last heeft van klachten. De behandeling bestaat uit meerdere onderdelen. Om te beginnen wordt meestal geopereerd om het gezwel te verwijderen. Daarna volgt chemotherapie met geneesmiddelen die cytostatica heten. Cytostatica vallen de kankercellen aan, maar hebben invloed op het hele lichaam. Er treden dan ook altijd bijwerkingen op, zoals misselijkheid en haaruitval.

Immunotherapie
Sinds enkele jaren wordt bij borstkanker soms ook immunotherapie toegepast. Hiervoor wordt een nieuw soort geneesmiddel gebruikt. Behandeling hiermee remt de groei van de tumor. Immunotherapie wordt gebruikt bij de behandeling van terugkerende of uitgezaaide borstkanker. Verder kunnen patiënten hormoontherapie krijgen. Sommige soorten borstkanker hebben de geslachtshormonen oestrogeen en progesteron nodig om te kunnen groeien. Bij hormoontherapie krijgt een vrouw geneesmiddelen die wel op deze hormonen lijken, maar die de groei van de tumor niet stimuleren. Ook radiotherapie – bestraling met radioactieve energie – wordt veel gebruikt om de kankercellen aan te vallen.

Levensverwachting

Vijf jaar na de ontdekking van borstkanker leeft nog 75 tot tachtig procent van de vrouwen. Is de tumor bij ontdekking kleiner dan twee centimeter en zijn er geen uitzaaiingen, dan is de overlevingskans nog beter. Dan leeft na vijf jaar nog tachtig tot 95 procent.

Ontwikkeling

Op dit moment worden diverse angiogeneseremmers onderzocht. Dit zijn stoffen die zorgen dat er geen bloed bij de tumor kan komen. Zonder bloed kan de tumor niet verder groeien. Een andere ontwikkeling heeft te maken met chemotherapie. Sommige tumorcellen zijn resistent tegen medicijnen. Dit betekent dat ze deze medicijnen afstoten zodat die hun werk niet kunnen doen. Momenteel zijn onderzoeken aan de gang met verschillende middelen die deze afstoting van geneesmiddelen kunnen tegengaan. De nieuwe biotechnologische middelen hebben als belangrijk voordeel dat ze – over het algemeen – veel minder bijwerkingen veroorzaken, waardoor de therapie beter verdragen wordt. Daarnaast zijn er vele geneesmiddelen ontwikkeld die de eventuele bijwerkingen goed bestrijden of drastisch verminderen.

Neutropenie
Tegen misselijkheid en braken zijn speciale zogenaamde anti-emetica ontwikkeld die zeer effectief zijn. Chemotherapie kan regelmatig leiden tot een verzwakt afweersysteem (neutropenie). Door naast de chemokuur ook middelen te geven die het immuunsysteem versterken, wordt de neutropenie onder controle gehouden. Hierdoor kan de chemotherapie op het juiste tijdstip met de juiste dosering gegeven worden. Bloedarmoede is ook een zeer bekende bijwerking. Dit kan tegenwoordig goed met epo’s worden behandeld. De laatste jaren is er ook veel onderzoek gedaan om in het lab op bloedmonsters of tumorweefsel te onderzoeken of er tests te ontwikkelen zijn die voorspellen of bepaalde therapieën een vergrote kans hebben om aan te slaan.

Goede voorspelling
In het geval van borstkanker is onlangs een test ontwikkeld. Het is nog de vraag of deze test in alle gevallen een goede voorspelling geeft, maar zo kan per patiënt worden geprobeerd te voorspellen welke therapie de beste kans van slagen heeft. Een ander voorbeeld is de HER-2 test. In ongeveer 25 procent van de borsttumoren is een bepaald eiwit in grote hoeveelheden aanwezig. Onderzoek naar dit eiwit, het zogenaamde HER2/neu, toonde aan dat borstkankerpatiënten met extra veel HER2/neu eerder uitzaaiingen krijgen en vroeger overlijden. Deze vrouwen hebben zeer veel baat bij de behandeling met de hiervoor ontwikkelde immunotherapie.

Interview met een patiënt

Een interview met Liset:

‘Het was weekend, januari 2006. Ik heb al jaren goedaardige knobbeltjes in mijn borsten en controleer ze dus regelmatig. Bij de bobbel die ik die dag in mijn oksel voelde, gingen meteen alarmbellen rinkelen. Die maandag ging ik naar de huisarts en daarna ging het erg snel. Ik kon direct door naar de mammapoli van het ziekenhuis en kreeg twee dagen later de uitslag. Gedurende die twee dagen heb ik op internet van alles bij elkaar gezocht, maar ik wist eigenlijk al dat het niet goed zat. Dat klopte ook, het was borstkanker. Gelukkig had ik een dokter die me goed begeleidde. Binnen twee weken werd ik geopereerd. Daarbij werd mijn borst geamputeerd. Ook werden mijn lever en longen onderzocht en kreeg ik een botscan. Gelukkig was daarmee alles goed. Wel bleek de tumor nog groter dan vooraf te zien was op de foto. Maar hij is heel netjes weggesneden.

Lichte longontsteking
Na de operatie volgde zesmaal een chemokuur, eens in de drie weken. Daarvan ben ik behoorlijk ziek geworden, vooral na de eerste kuur. Ik kreeg een hele batterij aan pillen mee tegen de misselijkheid, voor de eerste vijf dagen. Daarna ging het wel weer. Maar je hebt toch minder eetlust en je smaak vermindert ook. En al je rode bloedlichaampjes worden afgebroken, dus je wordt heel vatbaar voor dingen. Ik kreeg koorts en een lichte longontsteking. Daarvoor moest ik in het ziekenhuis aan de antibiotica. Dan ben je even je vertrouwen kwijt, als je weet dat je nog vijf chemokuren voor de boeg hebt. Ook kwam ik al bij de tweede chemokuur in de overgang. Na iedere chemokuur had ik tintelingen en hoofdpijn, maar ik krabbelde altijd weer overeind. Dan ben je toch weer opgewassen tegen de volgende kuur. Dat vond ik wel verwonderlijk, dat het lichaam het toch allemaal aan blijkt te kunnen. De bestraling daarna was minder zwaar. Daarvoor kon ik gewoon op de fiets naar het ziekenhuis.

Chronische ziekte
Kanker krijgen accepteer je niet zomaar. Ik heb een heel heftige anderhalf jaar gehad. Niet eens zozeer omdat ik een borst verloor. Veel meer nog vanwege het besef dat je ziek bent en dat kanker te boek staat als een dodelijke ziekte. Nu weet ik dat veel mensen kanker wel overleven, dat het voor steeds meer mensen een soort chronische ziekte wordt. Maar daarvoor moet je wel door een heel vervelende behandeling heen. En altijd blijft het besef dat het ook ineens weer mis kan zijn.

Hormoontabeletten
Inmiddels gaat het weer goed met me. Ik krijg alleen nog hormoontabletten, als nabehandeling, omdat mijn borstkanker oestrogeengevoelig was. Die moet ik nu nog drie jaar gebruiken, om te zorgen dat de kanker niet terugkeert. In het begin had ik van die hormoontherapie wat hoofd- en gewrichtspijn, maar dat duurde niet lang. En als ik er last van had, ging ik wat doen om er vanaf te komen. Het is altijd goed om in beweging te blijven. Nu ben ik de draad weer aan het oppakken. Ik voel ook niet meer de afmattende vermoeidheid die ik tijdens en na de behandeling had. En ik heb altijd gedacht: dit gaat gewoon lukken.’

Bronnen

Borstkankervereniging Nederland