Wat is hiv / aids?

Hiv is de afkorting van humaan immunodeficiënte virus, een virus dat je afweersysteem aantast. Normaal beschermen witte bloedlichaampjes ons lichaam tegen virussen en bacteriën. Als je besmet bent met het hiv-virus, gaan die witte bloedlichaampjes kapot. Je kan dan heel ziek worden van iets eenvoudigs als een schimmel in je mond of vagina. Op een gegeven moment daalt de weerstand van een hiv-patiënt zo ver dat hij infecties en bepaalde vormen van kanker krijgt. Op dat moment zeggen we dat hij aids heeft, dit is een afkorting voor Acquired Immuno Deficiency Syndrome.

Hoe krijg je hiv?
Hiv zit in bloed, sperma en vaginaal vocht. Dit betekent dat je het kunt krijgen door onveilige seks of door contact met besmet bloed. Vrijen met een condoom biedt bescherming tegen besmetting via seks. Van zoenen, knuffelen of handen schudden kun je geen hiv krijgen. Ook kun je het niet krijgen als je door een mug wordt gestoken. Het risico van besmetting via bloedcontact is heel klein. Maar drugsgebruikers die elkaars naalden gebruiken, lopen een veel groter risico. Daarnaast kan een moeder tijdens de bevalling of door borstvoeding hiv overdragen op haar kind.

 

 

 

Wie krijgt hiv?
Over hiv/aids bestaan hardnekkige misverstanden. Nog steeds denken veel mensen dat de ziekte alleen bij homoseksuelen voorkomt. Dit is echter niet waar. In Derde Wereldlanden vinden de meeste besmettingen juist plaats door heteroseksuele contacten. In de Westerse wereld zijn homo’s wel vaker besmet. Ook komt hiv even vaak voor bij vrouwen als bij mannen.

Bekijk ook: