Coen van Gurp, Boehringer Ingelheim

Wij geven niet op totdat de behandeling van diabetes zorg op maat is

“De zorg voor patiënten met diabetes in Nederland is heel goed. Toch worden nog te veel mensen standaard als ‘suikerpatiënt’ behandeld. Voor een groot deel voldoet deze behandeling, maar zeker niet voor iedereen. Preventie van complicaties en de persoonlijke situatie zouden vaker voorop moeten staan. De net herziene huisartsenrichtlijn geeft meer ruimte om zorg op maat te bieden. Het is nu aan de zorgverlener en de patiënt om gezamenlijk tot een behandeling te komen die bij de persoon past,” aldus Coen van Gurp, Brandmanager Diabetes bij Boehringer Ingelheim.

Diabetes vaak onderschat

“Veel patiënten ervaren diabetes louter als suikerziekte, waarbij insuline spuiten het ergste lijkt wat hen kan overkomen. De complicaties waar zij een verhoogd risico op hebben, worden onderschat. Meer dan de helft overlijdt aan hart- en vaatziekten.” Daarnaast hebben complicaties zoals een diabetische voet, oogproblemen mogelijk leidend tot blindheid en kwalen aan de nieren een grote impact op hun leven. “De prominente angst van patiënten is dat hun ‘suiker’ niet onder controle is. Dat je met diabetes mogelijk korter leeft, is niet altijd een besef. En juist daarvoor is een behandeling op maat nodig.”

Coen van Gurp

De standaardbehandeling is bijna een gewoonte geworden. Toch moeten we verder kijken, en de aandacht richten op wat de patiënt in zijn individuele situatie echt nodig heeft.

Coen van Gurp, Brandmanager Diabetes bij Boehringer Ingelheim

Stap in de goede richting

In juni 2018 is de NHG-standaard voor diabetes mellitus type 2 herzien. De behandeling is in vier stappen opgedeeld; er is nu meer ruimte om op de individuele patiënt af te stemmen. “Dat is een stap in de goede richting voor een diabetesbehandeling op maat. De standaardbehandeling is voor de huisarts en praktijkondersteuner bijna een gewoonte geworden. Zo houden we de zorg betaalbaar en voor veel mensen voldoet dat. Toch moeten we verder kijken en de aandacht richten op wat de individuele patiënt echt nodig heeft. In de praktijk blijkt dat velen opzien tegen het spuiten van insuline. Voor hen wil je dat moment liever uitstellen, als dat kan. Daar zijn mogelijkheden voor. Daarnaast kun je als zorgverlener kiezen voor medicatie waarbij de kans op hypo’s kleiner is. Iemand die beroepsmatig aan het verkeer deelneemt, op een steiger werkt of ouder is en sneller valt, geef je bijvoorbeeld geen medicijn waardoor het risico op hypo’s groter is. Die verandering is al gaande. Er is ook een nieuwe stroming die zich richt op voeding. Door minder koolhydraten te eten, kun je suikerwaardes beter onder controle houden. Degenen die dit heel strikt toepassen, hebben binnen een paar weken al resultaat. Dat betekent wel een volledige aanpassing van het leefpatroon en die motivatie moet iemand kunnen opbrengen. Kortom, het moet draaien om de persoon en zijn specifieke situatie. Behandelaars zouden hierover vaker het gesprek moeten aangaan met de patiënt.”

De volgende stap

De diabetesbehandeling in Nederland richt zich nog erg op het verlagen van ‘suiker’. Daarin wordt afgeweken van andere landen. Dit heeft namelijk beperkt effect op het voorkomen van hart- en vaatziekten. De Europese richtlijn maakt een verschil tussen mensen met diabetes én hart- en vaatziekten en mensen met diabetes zonder hart- en vaatziekten. “Degenen met hart- en vaatziekten krijgen een andere behandeling om cardiovasculaire complicaties te voorkomen. In Nederland zijn we nog niet zo ver. Voor cardiologen is dat moeilijk te begrijpen. Zij zien vaak de complicaties van diabetes en beschouwen het daarom als een cardiovasculaire ziekte. Op deze patiënten spelen de Nederlandse richtlijnen echter nog niet in. Er worden daarom in sommige gevallen lokaal afspraken gemaakt tussen cardioloog, internist en huisarts om de patiënt zorg op maat te kunnen bieden, binnen de richtlijnen.”

De persoon centraal

“Boehringer Ingelheim treedt op als partner in de zorg; naast geneesmiddelen willen we graag meedenken en bijdragen om patiënten met diabetes dichter bij gezondheid te brengen. Ik verwacht dat de behandeling steeds meer op de patiënt wordt afgestemd, zodat de persoon echt centraal staat. Zo kun je het verschil maken. Dat is mijn belangrijkste motivatie.”