Ziektes voorkomen met vaccins

Vaccins hebben de afgelopen decennia talloze levens gered en daarmee de volksgezondheid ingrijpend veranderd. Dankzij vaccins zijn de pokken wereldwijd uitgeroeid en nu zijn polio, de mazelen en hepatitis B aan de beurt.

Door mensen te behandelen met een vaccin kunnen sommige infectieziektes inmiddels voorkomen worden. Wanneer iemand een infectieziekte krijgt, maakt het lichaam afweerstoffen tegen de ziektekiem aan. Die afweerstoffen (meestal een bacterie of virus) beschermen tegen het opnieuw krijgen van de ziekte. Iemand is dan immuun voor die ziekte, soms wel levenslang. Als de ziektekiemen opnieuw in het lichaam komen, herkent het immuunsysteem die meteen en maakt hem onschadelijk.

De Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) publiceert regelmatig over vaccinatie (immunization). WHO is een organisatie van de Verenigde Naties met als doel wereldwijd de gezondheidszorg in kaart te brengen, activiteiten op het gebied van de gezondheidszorg te coördineren en de gezondheid van de wereldbevolking te bevorderen.

Hoe werken vaccins?
Vaccins bevatten verzwakte of gedode ziektekiemen, onderdelen van de ziektekiem of stoffen die door ziektekiemen worden geproduceerd. Hierdoor maakt het lichaam ook afweerstoffen tegen de ziektekiem. Het immuunsysteem herkent het vaccin als een bedreiging en zal maatregelen treffen deze bedreiging te vernietigen. Een vaccin werkt alleen als het aan een persoon wordt gegeven vóórdat deze geïnfecteerd raakt door het betrokken micro-organisme.

 

Vaccinatieprogramma
Nederland en andere Europese landen bieden een vaccinatieprogramma aan. In Nederland gaat het om twaalf infectieziekten waartegen gevaccineerd wordt. Omdat sommige infectieziekten bij baby’s zeer ernstig kunnen verlopen, start het Rijksvaccinatieprogramma al vanaf de leeftijd van zes weken. Sinds de invoering komt het zelden tot nooit meer voor dat er kinderen overlijden aan ziekten als polio of tetanus.

Voor een aantal ziekten is het nodig om een vaccinatie vaker te geven. Het immuunsysteem reageert na iedere vaccinatie beter en na meerdere inentingen ben je voor langere tijd beschermd. Een combinatievaccin beschermt tegen meerdere ziekten.

Twijfel over vaccinatie
Ondanks het verdwijnen van ernstige infectieziekten, twijfelen steeds meer ouders over vaccinatie. Omdat veel ziekten inmiddels niet meer voorkomen, weet men niet meer hoe gevaarlijk die kunnen zijn voor hun kinderen. In plaats daarvan verschuift de aandacht naar de eventuele bijwerkingen van vaccins, hoe klein het risico hierop ook is. En absolute zekerheid over bijwerkingen kan niet worden gegarandeerd, meldt ook het Rijksvaccinatieprogramma. Heel zeldzame bijwerkingen, die bijvoorbeeld maar bij één op de miljoen kinderen optreden, kunnen ook bij uitvoerig onderzoek, onopgemerkt blijven. Deze kunnen dus niet worden uitgesloten. Daar staat tegenover dat de risico’s van de infectieziekten nog steeds reëel zijn. De risico’s van vaccinatie wegen in geen geval op tegen de risico’s die een kind loopt door niet gevaccineerd te worden.