Julius Richard Petri maakt Petrischaal

1887

Voor het kweken van bacteriën maken bacteriologen gebruik van platte ronde schalen van glas of kunststof, die bekend staan onder de naam ‘petrischalen’. Een ruim passend deksel zorgt ervoor dat er geen verontreinigende sporen inwaaien. In de schaal kunnen bacteriekoloniën geïsoleerd worden of kunnen bijvoorbeeld eicellen en spermacellen worden samengebracht bij het proces van in vitro fertilisatie (IVF). Petrischalen zijn ook geschikt om onder de microscoop biologische monsters te onderzoeken en om gedrag van insecten of cellen te bestuderen. De uitvinding van de petrischaal heeft de weg geëffend om heel precies de bacteriën aan te wijzen die ziekten veroorzaken.

Uitvinder van de petrischaal was de Duitse bacterioloog Julius Richard Petri (1852-1921), geboren in Wuppertal. In Berlijn werkte hij als assistent van Robert Koch, ontdekker van miltvuur en van de bacterie die verantwoordelijk is voor tuberculose.

Beeld: Petrischaal (foto Bart Versteeg).

Bekijk ook: