< Terug naar overzicht

Wet op de geneesmiddelenregulering

1906

De Amerikaanse scheikundige Harvey Washington Wiley (1844-1930), die in dienst van de regering onderzoek deed naar het aanlengen van voedsel met ongezonde bijproducten, heeft zich als eerste sterk gemaakt voor streng overheidstoezicht op de markt voor voedings- en geneesmiddelen. Wiley’s onvermoeibare gelobby leidde in 1906 tot het ondertekenen van de Food and Drug Act door president Theodore Roosevelt. Deze wet was vooral bedoeld tegen het sjoemelen met voedsel (bijvoorbeeld het verven van vruchten om rot te verbergen), maar verbood ook de verkoop van geneesmiddelen waarvan de concentratie werkzame stof niet duidelijk stond vermeld op de verpakking of was geregistreerd in de US Pharmacopoeia, de Amerikaanse farmacopee.

Wiley kreeg zelf de leiding over de organisatie die belast werd met de naleving van de wet. Deze organisatie heet sinds 1930 de Food and Drug Administration. Elke keer dat een fabrikant een nieuw geneesmiddel op de markt wil brengen, moet dit middel na strenge controle op onder meer de  (schadelijke) bijwerkingen, door de FDA worden goedgekeurd. Sindsdien is de wetgeving onder invloed van nieuwe kennis en technologie diverse keren gewijzigd. De belangrijkste aanscherping was na het ‘thalidomideschandaal’ in de jaren zestig, waarbij duizenden baby’s werden geboren met ernstige afwijkingen nadat hun moeders een middel tegen zwangerschapsmisselijkheid hadden gekregen.

In Nederland wordt de registratie van geneesmiddelen sinds 1963 uitgevoerd door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG).
Beeld: Het hoofdkantoor van de Amerikaanse Food and Drug Administration in Silver Springs, Maryland

Wet op de geneesmiddelenregulering