< Terug naar overzicht

De oorzaak van malaria ontdekt

1898

De naam malaria komt van het Italiaans mala aria – ‘slechte lucht’. Vroeger dacht men namelijk dat de ziekte veroorzaakt werd door de lucht in moerassen. Daarom werd de ziekte ook wel ‘moeraskoorts’ genoemd. Dat deze muggen, die in moerassen veel voorkomen, de echte boosdoener zijn, werd in 1898 aangetoond door de Schot Sir Ronald Ross (1857–1932). In een ziekenhuis in Calcutta slaagde hij erin de malariaparasiet te isoleren uit de speekselklieren van muggen en te bewijzen dat de muggen de parasiet overdroegen naar vogels. In 1902 kreeg Ross de Nobelprijs voor dit onderzoek.

Dankzij het onderzoek van Ross weet men wat men tegen malaria kan doen: voorkomen dat men door muggen wordt gebeten. Dit is in de praktijk niet altijd makkelijk, maar het redt potentieel miljoenen levens. Er is geen vaccin, wel zijn er veel medicijnen die de malariaparasiet doden. De parasiet heeft echter een sterke neiging resistent tegen deze middelen te worden.

Het eerste middel tegen malaria was kinine, afkomstig van de Zuid-Amerikaanse kinaboom. Dat werd in 1820 voor het eerst geïsoleerd. Door ontbossing in Zuid-Amerika werd de kinaboom in de negentiende eeuw met uitsterven bedreigd. Daarom ging de Nederlandse regering over tot het verbouwen van kinabomen op Java. De beroemde fabriek van de ‘Pil Bandoeng’, kininetabletten voor de koloniale markt, werd in 1910 geopend. Rond 1930 had de Nederlandse regering 97 procent van de kinineproductie in handen. In de loop van de twintigste eeuw kwamen er steeds meer synthetische geneesmiddelen, waardoor de noodzaak voor natuurlijke kinine verdween.
Beeld: Dodelijke parasiet: de malariamug

De oorzaak van malaria ontdekt