< Terug naar overzicht

Ontdekking van penicilline/antibiotica

1928

Al uit de oudheid is bekend dat bepaalde schimmels een geneeskrachtige werking hebben. Wonden die met de schimmel (soms met aarde, zonder te weten dat er sporen van de schimmel in zaten) ingesmeerd werden, raakten niet ontstoken.

In de jaren zeventig van de negentiende eeuw deden verschillende grote geleerden van die tijd, waaronder Pasteur en Lister, hier onafhankelijk van elkaar onderzoek naar. Lister noemde de familie schimmels waarbij deze werking werd geconstateerd Penicillium.

Het was de Schotse wetenschapper Alexander Fleming (1881-1955) die in 1928 ontdekte dat de schimmel een stof uitstootte (een ‘antibioticum’) die bacteriën doodt. Fleming noemde deze stof Penicilline. Time magazine noemde dit ‘een ontdekking die de loop van de geschiedenis zou veranderen’. Penicilline werd het eerste – en meest gebruikte – antibioticum, waarmee talloze levens konden worden gered.

In de jaren veertig ontwikkelden Howard Florey (1898-1968) en Ernst Chaim (1906-1979) in opdracht van de geallieerde strijdkrachten een productieproces voor de penicilliumschimmels, waarmee in de loop van de Tweede Wereldoorlog steeds meer penicilline kon worden geproduceerd. Op basis hiervan zijn sindsdien vele andere antibiotica ontwikkeld.

Fleming, Florey en Chaim kregen samen de Nobelprijs voor geneeskunde in 1945.
Beeld: De werking van penicilline: een penicilliumschimmel doodt de bacteriecultuur in een petrischaaltje

Ontdekking van penicilline/antibiotica