< Terug naar overzicht

Mens schept leven

1998

Een embryo bestaat de eerste dagen na de bevruchting alleen nog maar uit één soort cellen. Pas na een paar dagen begint de celdifferentiatie: de cellen ontwikkelen zich tot de 220 verschillende gespecialiseerde celtypen die elk hun specifieke lichaamsfunctie uitoefenen. Sterk verschillende cellen zoals hersencellen, zenuwcellen, rode en witte bloedcellen en huidcellen, ontstaan allemaal uit deze zogenaamde ‘stamcellen’. Volledig gespecialiseerde (‘volwassen’) cellen, zijn niet meer in staat te delen en als deze cellen beschadigen en sterven, kunnen ze dus niet meer door natuurlijke processen worden vervangen.

In 1998 wisten wetenschappers onder leiding van James Thompson aan de universiteit van Wisconsin voor het eerst menselijke stamcellen buiten het lichaam te isoleren. Sindsdien wordt er veel gespeculeerd over de mogelijkheden hiervan. Menselijke stamcellen kunnen worden gebruikt om volwassen cellen te ‘kweken’, die zo kunnen uitgroeien tot nieuw orgaanweefsel, om beschadigd weefsel te vervangen. Met stamcellen kan de mens dus zelf organen kweken. Volgens dit principe wordt al ruggenmerg gekweekt voor transplantatie naar leukemiepatiënten. In de toekomst verwachten wetenschappers met stamceltechnologie het grote tekort aan orgaandonoren te kunnen oplossen en veel ziekten (bijvoorbeeld Alzheimer) te kunnen genezen.

Beeld: voorbeelden van stamcellen

Mens schept leven