< Terug naar overzicht

Louis Pasteur en de microbe-theorie

1862

Hoewel het tegendeel al eeuwen geleden werd geopperd, bleef de theorie van ‘spontane generatie’ tot in de negentiende eeuw gangbaar. Het werk van de Franse geleerde Louis Pasteur (1822-1895) maakte hier een einde aan en bracht de medische wetenschap met sprongen vooruit. Hoewel bacteriën en andere micro-organismen al bekend waren (onder andere door het werk van Van Leeuwenhoek, toonde Pasteur aan dat ze de oorzaak waren van biochemische processen zoals gisting en rot. Hij stelde dat ze niet spontaan ontstaan, maar uit de omgeving het voedsel binnendringen. Pasteur stelde ook dat veel ziekten het gevolg waren van micro-organismen, afkomstig van buiten het lichaam.

Pasteur werkte aanvankelijk in de Franse wijn- en bierindustrie. Zijn werk heeft de productie van wijn en bier verbeterd en massaproductie mogelijk gemaakt. In 1862 kwam hij op het idee om wijn kortstondig te verhitten om bacteriën te doden. Deze methode wordt tegenwoordig vooral toegepast op melk en staat bekend als pasteuriseren. Met zijn experimenten ontwikkelde hij vaccins tegen onder andere hondsdolheid en miltvuur (antrax). Pasteur ontving voor zijn werk de hoogste Franse onderscheiding Legion d’Honneur en in 1888 stichtte hij in Parijs zijn eigen onderzoeksinstituut. In het Pasteur-Instituut ontdekte Montagnier in 1983 het hiv-virus.

Beeld: Portret van Louis Pasteur

Louis Pasteur en de microbe-theorie