< Terug naar overzicht

Een wapen tegen kanker

1943

Bij het Duitse bombardement op de Italiaanse havenstad Bari op 3 december 1943, raakte het Amerikaanse vrachtschip Liberty, dat mosterdgas aan boord had, beschadigd en ontsnapte het gas. De arts Cornelius Packard Rhoads (1898-1959) ontdekte dat bij overlevenden van het bombardement het aantal witte bloedcellen was gedaald. Hij trok hieruit de conclusie dat mosterdgas de celdeling beïnvloedt. Hij ontwikkelde hieruit het middel mustine, dat nu gezien wordt als het eerste middel tegen leukemie. Op basis van het werk van Rhoads zijn verschillende andere middelen ontwikkeld, samen cytostatica genoemd, die op vergelijkbare wijze werken.

Kanker wordt veroorzaakt door een verstoring in de celdeling, waardoor een klomp cellen (tumor) oncontroleerbaar gaat groeien en ander weefsel dreigt te verstikken. Op dit moment lijden alleen al in Nederland ongeveer 400.000 mensen aan een vorm van kanker en sinds 2008 is de ziekte doodsoorzaak nummer één.

Meestal in combinatie met het operatief verwijderen van de tumor, wordt kanker tegenwoordig behandeld met radiotherapie (bestraling) en chemotherapie. Cytostatica vallen in principe alle lichaamscellen aan, waardoor ze in beginsel zeer gevaarlijk zijn. Snel groeiende cellen, waaronder de tumorcellen, zijn echter kwetsbaarder. Doordat de haarfollikels en bloedcellen ook zwaar getroffen worden, zijn de ergste bijwerkingen haaruitval en vermoeidheid. Meestal wordt een combinatie van verschillende middelen in lage doses toegepast.

Cornelius Rhoads bleef zijn hele verdere leven onderzoek doen naar kanker.
Beeld: Legerarts Cornelius Packard Rhoads, de uitvinder van chemotherapie tegen kanker in 1943

Een wapen tegen kanker