< Terug naar overzicht

Een bezoekje van de pestmeester

1620

De pest maakte tussen 1300 en 1700 tussen de 75 en 200 miljoen dodelijke slachtoffers in Europa. Artsen stonden machteloos. Ze sneden builen in oksels en liezen in, voerden aderlatingen uit en dienden allerlei kruidenmengsels toe – zonder resultaat.

Omdat artsen, chirurgijns en vroedvrouwen steeds minder trek kregen in het behandelen van pestslachtoffers – ze liepen zelf gevaar en  ‘gewone’ patiënten wilden niet door hen geholpen worden als ze ook mensen met de pest hielpen – ontstond in de 17e eeuw het beroep van pestmeester.

Pestmeesters waren vanaf 1620 te herkennen aan hun speciale kleding. Ze droegen een lange zwarte jas, hoge leren laarzen, een zwarte leren hoed en zwarte leren handschoenen. Het meest opvallende was hun snavelmasker met twee glazen openingen voor de ogen en een lange holle bek.

In die snavel stopten ze kruiden en gedroogde kruiden tegen de stank. Daarnaast hadden ze een stok om in pestlijders te kunnen prikken – om te zien of ze nog leefden of om ze in geval van opdringerigheid op afstand te houden.

De pestmeesters droegen de kleding omdat ze dachten dat pest zich als een virus via de lucht verspreidde. Terwijl pest juist wordt veroorzaakt door een bacterie die vlooien bij zich dragen.

Kortom, veel pestmeesters stierven uiteindelijk toch aan de pest…maar misschien waren het er zonder kleding nog meer geweest.

Hun maskers kregen in elk geval een plaats in het Italiaanse straattheater Commedia dell’ arte en het huidige carnaval.

 

Een bezoekje van de pestmeester