< Terug naar overzicht

Ebola: een vaak dodelijke en nog jonge ziekte

1976

Tijdens de huidige ebola-uitbraak in West-Afrika zijn al meer dan 2500 mensen overleden en het aantal zal nog flink stijgen. Niet eerder stierven zoveel mensen aan de nog relatief jonge virusziekte. De eerste patiënt werd officieel geregistreerd op 26 augustus 1976 in het dorpje Yambuku in Congo. Het betrof Mabolo Lokela, directeur van het plaatselijke schooltje die een trip had gemaakt langs de Ebola-rivier. Op 8 september stierf hij aan het virus dat later de naam van de rivier zou krijgen. Korte tijd later werden andere sterfgevallen gemeld: allemaal in en rond het ziekenhuis waar Lokela overleed. In totaal werden 318 mensen zieken en stierven er 280. De uitbraak werd onder controle gebracht door WHO en de Congolese luchtmacht door dorpsbewoners in quarantaine te plaatsen, medisch materiaal te steriliseren en beschermende kleding te leveren.

Hetzelfde jaar dook een andere variant van het virus op in Sudan. Sindsdien hebben vele uitbraken plaats gehad, voornamelijk in Centraal- en West-Afrika. Het virus komt oorspronkelijk van vleermuizen maar wordt ook door andere dieren overgebracht. Ook mensen kunnen elkaar besmetten, via uitwerpselen, bloed en andere lichaamsvloeistoffen. Begrafenisceremonies waarbij rouwenden zich innig storten op de overledene zijn een beruchte besmettingsbron. Een patiënt is besmettelijk zodra hij ziekteverschijnselen krijgt. Die lopen uiteen van koorts tot bloedingen. De overlevingskansen zijn klein: 70 tot 90 procent. Medicijnen zijn er alleen nog in experimentele fase.

Beeld: twee verpleegkundigen aan het bed van een patiënte – die overigens later is overleden (1976).

Ebola: een vaak dodelijke en nog jonge ziekte