< Terug naar overzicht

De Zwarte Dood

1346

Tussen 1346 en 1351 werd Europa getroffen door een van de ergste epidemieën in haar geschiedenis: de Zwarte Dood. De builenpest, zoals de ziekte nu heet, wordt veroorzaakt door de pestbacterie Yersenia pestis, die door vlooien van zwarte ratten wordt overgebracht op mensen. Door het toegenomen handelsverkeer over grotere afstanden – vooral via de nieuwe ‘zijderoute’ naar Azië – konden besmettelijke ziekten als de pest zich sneller dan voorheen verspreiden. De Zwarte Dood wordt daarom gezien als de eerste ‘moderne’ epidemie. Men begon noodgedwongen te experimenteren met behandel- en preventiemethoden waarbij zin en onzin, logica en bijgeloof door elkaar werden gebruikt.

Naar schatting stierf ongeveer eenderde van de bevolking van Europa, in sommige gebieden zelfs tot de helft. Pas rond 1600 was de bevolking van Europa weer terug op het niveau van 1346.

Al die sterfgevallen ontwrichtten de samenleving enorm. Steden raakten ontvolkt en er kwam een enorme vluchtelingenstroom op gang. Volgens veel historici heeft de epidemie veel bijgedragen aan de grote economische en sociale veranderingen die zich in Europa in de late middeleeuwen voltrokken. Ook na 1351 waren er periodieke uitbraken van de pest. Zelfs in de 21e eeuw maakt de builenpest, een van de verschijningsvormen van de pest, nog 1.000 tot 2.000 slachtoffers per jaar.
Beeld: De triomf van de dood, een schilderij uit 1562 waarmee Pieter Brueghel de Oude de sociale beroering en angst in de nasleep van de Zwarte Dood heeft willen verbeelden. Hangt in het Museo del Prado (Madrid).

De Zwarte Dood