< Terug naar overzicht

De vier bloedgroepen

1901

Eerdere experimenten met bloedtransfusie mislukten, omdat men niet wist dat er bloedgroepen bestaan met verschillende antigenen (moleculen die een afweerreactie veroorzaken tegen groepen met andere antigenen). De Oostenrijkse bioloog Karl Landsteiner (1868-1943) stelde in 1900 vast dat bloed van twee mensen gaat klonteren als het met elkaar in contact komt: de afstotingsreactie. Hij concludeerde hieruit dat er verschillende typen bloed moesten bestaan, die op elkaar reageren. Een jaar later kwalificeerde hij deze in het moderne systeem van vier bloedgroepen met verschillende (combinaties van) antigenen: type A, type B, beide (AB) of geen van beide (0). Landsteiner stelde ook voor om voor een bloedtransfusie eerst te testen of het bloed van de donor en dat van de ontvanger met elkaar reageerden. Voor zijn werk ontving hij de Nobelprijs voor geneeskunde in 1930.

Landsteiner bleef zijn hele leven onderzoek doen naar bloed. Hij is onder andere ook de ontdekker van het poliovirus. Dankzij zijn ontdekking van de bloedgroepen kon in 1907 de eerste veilige bloedtransfusie worden uitgevoerd. Sindsdien is het gewoon om van iedereen de bloedgroep te bepalen.

1901_Een-overzicht-van-de-vier-door-Landsteiner-onderscheiden-bloedgroepen