< Terug naar overzicht

De uitvinding van het infuus

1832

Tijdens een grote cholerapandemie die in december 1831 vanuit India Schotland bereikte, experimenteerde de arts Thomas Latta met methoden om patienten tegen uitdroging te beschermen. Uitdroging door diarree was de doodsoorzaak van de meeste cholerapatienten. Latta kwam als allereerste op het idee om een zoutoplossing direct via een slangetje in de bloedbaan van de patiënt in te brengen. Veel patiënten die op deze manier continu zoutoplossing toegediend kregen, overleefden de ziekte. Latta’s intravenale therapie (IV in Engels jargon, infuus in het Nederlands), stuitte eerst op veel weerstand. Het lijkt erop dat deze techniek, toen de pandemie eenmaal voorbij was, werd vergeten en pas vijftig jaar later opnieuw werd ontdekt.

Tegenwoordig wordt het infuus, behalve tegen uitdroging, gebruikt om allerlei stoffen, van voeding tot genees- en verdovingsmiddelen, aan de patiënt toe te dienen.

Beeld: ‘Het hof van Koning Cholera’, schets van de cholera-epidemie van de jaren 1830 in het Britse magazine Punch, 1852