< Terug naar overzicht

De uitvinding van de couveuse

1881

Tijdens de 18e eeuw was al bekend dat het belangrijk was om te vroeg geboren baby’s warm te houden. Couveuses waren er nog niet, dus werden de baby’s op temperatuur gehouden door ze te badderen in badjes met warm water, zand of stoom.

Ook werden prematuurtjes in katoenen watten gewikkeld en met twee heet waterkruiken, in hun wiegje gelegd. Dit om te voorkomen dat de baby’s onderkoeld zouden raken. Helaas stierven alsnog veel te vroeg geboren kinderen.

Hoewel eerder al verschillende prototypes waren gemaakt door anderen, wordt Etienne Stéphane Tarnier (1828-1897) gezien als geestelijk vader van de couveuse. Hij kwam rond 1881 op het idee voor een houten bak met glas die je met kruiken warm kon houden, na het zien van een broedmachine voor kuikentjes in de Parijse dierentuin.

Het was  vervolgens in 1891 zijn landgenoot Alexandre Lion die een goed werkende moderne couveuse uitvond , waarbij ook de lucht werd gezuiverd en een thermostaat zorgde voor een constante temperatuur.

‘Revolutionair en ongelooflijk’ vonden wetenschappers wereldwijd het apparaat en in 1897 stroomden een enorme mensenmassa toe toen een couveuse met échte baby werd tentoongesteld.

Het grondmodel van de moderne couveuse stamt uit 1936 en is ontworpen door Charles Chapple, kinderarts van het Children’s Hospital in Pensylvania. Chapple maakte na de oorlog een exemplaar van plastic waar de huidige couveuse nog altijd sterk op lijken en waarin het leven in de baarmoeder zo goed mogelijk wordt nagebootst.

De uitvinding van de couveuse