< Terug naar overzicht

Charles Nicolle ontdekt de oorzaak van tyfus

1909

Tot de Tweede Wereldoorlog was de zeer besmettelijke ziekte tyfus een van de grootste gevaren op plaatsen waar veel mensen onder onhygiënische omstandigheden bij elkaar waren. In gevangenissen en legerkampen was het vaak de meest voorkomende doodsoorzaak. Waarschijnlijk zijn Anne Frank en haar zus Margot in het concentratiekamp Bergen-Belsen aan tyfus overleden.

De Franse arts Charles Nicolle (1866-1936), die gestudeerd had aan het Institut Pasteur, ontdekte in 1909 in de dependance van dat instituut in Tunis dat tyfuspatiënten, hoewel ze niet meteen beter werden, niet meer besmettelijk waren als ze een heet bad hadden genomen en schone kleren hadden aangetrokken. Hij concludeerde dat het wel de luizen moesten zijn die de ziekte overbrachten. Hij controleerde dit door een chimpansee te besmetten met tyfus en de luizen uit de pels van het zieke dier op een soortgenoot over te brengen. Binnen tien dagen was ook de tweede aap ziek. Nicolle kreeg voor zijn ontdekking de Nobelprijs voor geneeskunde in 1928. Hij probeerde ook een vaccin voor tyfus te ontwikkelen, maar dat mislukte. Die eer ging naar de Poolse bioloog Rudolf Weigl (1888-1957) in 1933. Weigl raakte tijdens zijn onderzoek zelf besmet en werd beroemd door het illegaal verspreiden van zijn vaccin in Joodse getto’s in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Tyfus is een bacterie-infectie en is daarom tegenwoordig te genezen met antibiotica. Vooral in ontwikkelingslanden steekt de ziekte nog periodiek de kop op.

Beeld: Charles Nicolle, de ontdekker van de oorzaak van tyfus

Charles Nicolle ontdekt de oorzaak van tyfus